Open brief 30 december 2003 n.a.v. mijn vertrek bij RTV Rijnmond

Vandaag is bekend gemaakt dat RTV Rijnmond en ik in goede harmonie overeenstemming hebben bereikt over beëindiging van mijn dienstverband. RTV Rijnmond wil voor het integratieproces een nieuwe hoofdredacteur aantrekken die met een schone lei kan beginnen. Omdat er na mijn overhaaste schorsing door het inmiddels demissionaire bestuur mogelijk nog een weg terug was als hoofdredacteur, onthield ik me tot nu toe van ieder commentaar. Nu een weg terug helaas onbespreekbaar is gebleken, vind ik het tijd om naar buiten te komen met mijn verhaal.

"RAPPORT WELTERS KOMT ALS MOSTERD NA DE MAALTIJD

Begin deze maand verschijnt het rapport Welters over de zorgelijke financiële situatie bij de regionale omroepen West en
Rijnmond. Met name de besturen, directies en accountants krijgen er stevig van langs van de onderzoeker. De paniek slaat toe bij RTV Rijnmond. De toekomst van het station staat op het spel en de subsidie is in gevaar. Op de dag van het verschijnen van het rapport besluit het zelf ernstig bekritiseerde bestuur om hoofdredacteur Cees van der Wel van TV Rijnmond en ik, hoofdredacteur van Radio Rijnmond, op non-actief te stellen. Na stevige protesten en onder druk van personeel en vakbond kondigen weer een dag later de voorzitter en de penningmeester alsnog hun eigen vertrek aan. Ook de andere bestuursleden moeten op last van het provinciaal bestuur binnenkort opstappen. Ik zou volgens het bestuur onder meer de integratie tussen radio en tv hebben gefrustreerd. Daarnaast stelt de onderzoeker in zijn rapport dat een groot deel van de tekorten bij RTV Rijnmond voorkomen hadden kunnen worden als radio en tv al eerder waren samengegaan. Cees van der Wel heeft kort na zijn schorsing een andere functie binnen de organisatie aanvaard. Ik vertrek bij Rijnmond. Natuurlijk met zeer gemengde gevoelens. Ik weet zeker dat het weer goedkomt met RTV Rijnmond. Ik zal niet zeggen dat er geen problemen meer zijn, maar het onderzoek van Welters kwam
eigenlijk een beetje als mosterd na de maaltijd. De leiding was al bijna een half jaar bezig met orde op zaken stellen. Op twee vitale plekken in de organisatie zitten alweer enkele maanden nieuwe mensen. Er zijn een nieuwe directeur en financiële controller aangesteld die voortvarend te werk gaan. De boekhouding is weer op orde. Er zijn in het verleden ook geen gekke dingen gebeurd bij Rijnmond. De overname van het bijna failliete TV Rijnmond in 1999 is natuurlijk wel een flinke aanslag geweest op de financiële reserves van Radio
Rijnmond, maar er is geen geld over de balk gesmeten. Misschien kan je zeggen dat de programmatische ambities te hoog waren. Daar is jarenlang veel geld naar toegegaan. Zeker is in ieder geval dat de hoofdredacties jarenlang onnauwkeurige financiële rapportages kregen en ook nog eens veel te laat. Ik heb de toenmalige directie daar keer op keer op gewezen. Dat ligt vast in notulen en mailtjes.
Natuurlijk moet ik me als hoofdredacteur houden aan mijn budget, maar anderen in de organisatie moeten me dat mogelijk maken door er voor te zorgen dat de cijfers nauwkeurig en op tijd worden aangeleverd. Daarom voel ik me niet echt verantwoordelijk voor de overschrijdingen

KANT NOCH WAL

Ik heb erg veel moeite met het verwijt dat ik het integratieproces de afgelopen jaren gestagneerd zou hebben. Die kritiek raakt echt kant noch wal. Ruim drie jaar geleden werd ik door een headhuntersbureau benaderd of ik hoofdredacteur wilde worden bij Radio Rijnmond. Ik was erg verbaasd dat er niet werd gezocht naar een hoofdredacteur voor Radio en TV samen. Radio en TV Rijnmond waren op dat moment namelijk al een aantal maanden gefuseerd. De toenmalige directeur Ben Groenendijk legde me uit dat bij
deze fusie tussen bestuur, ondernemings- en redactieraden was afgesproken dat er de eerste drie jaar geen enkele vorm van journalistieke integratie zou zijn. Dat lag te gevoelig, de cultuurverschillen waren te groot tussen beide redacties. Ze
waren jarenlang concurrenten van elkaar geweest. Een afspraak die trouwens nog steeds is terug te lezen op de website van Rijnmond onder het kopje “organisatie. Het ging zelfs nog een stapje verder. Er was afgesproken dat er onneembare financiële schotten zouden staan tussen de
begrotingen van radio en tv! Er mochten dus ook helemaal geen mensen of middelen worden overgeheveld. In juli van dat jaar ben ik begonnen en is er, zo’n anderhalf jaar lang, noch door het bestuur, noch door de directie over
integratie gesproken. Het was geen onderwerp van gesprek binnen de organisatie en ik vond dat ook niet raar gelet op de afspraken die er over waren gemaakt voor mijn komst. Pas na zo’n anderhalf jaar kwam het onderwerp integratie
voorzichtig op de agenda van het managementteam. De beide redactieraden van radio en tv werd toen gevraagd om met een gezamenlijk advies te komen. In februari 2002 was dat rapport klaar en een maand later werden de conclusies
volledig door het bestuur overgenomen. De belangrijkste conclusies waren: Er kan pas sprake zijn van een volledige integratie na een noodzakelijk geachte verhuizing ergens tussen 2004 en 2007. Tot die tijd kan er hooguit een aanzet
tot integratie worden gegeven in de vorm van stages, projecten en een proef met de twee sportredacties. De tweede aanbeveling voor integratie mag opzienbarend
worden genoemd in het licht van het onderzoek Welters: Integratie mag nooit gebruikt worden om te bezuinigen. De synergiewinst moet omgezet worden in kwalitatieve verbeteringen en programma’s

KOSTENBESPARING

Welters constateert in zijn onderzoek dat
integratie tot noodzakelijke kostenbesparingen had kunnen leiden de afgelopen jaren. Ik deel die conclusie volledig, maar heb het bestuur van Rijnmond er wel op gewezen dat ze in maart 2002 zelf ingestemd heeft met de conclusies en aanbevelingen van de redactie- en ondernemingsraden. Mij kan toch niet verweten worden dat ik mij aan de afspraken uit dat rapport heb gehouden. De interne stages over en weer zijn door het personeel als heel positief ervaren. De
sportredacties van radio en tv werken al meer dan een jaar volledig samen. En de zojuist afgesloten actie “Lichtjes voor Sophia”, die deze maand meer dan een half miljoen euro voor het goede doel opbracht, is het mooiste voorbeeld van een succesvol project waarbij intensief is samengewerkt tussen de redacties van radio, tv en internet. Hoezo, geen aanzet tot integratie? Op dit punt heeft de onderzoeker echt een steek laten vallen. En het bestuur had ook beter moeten
weten. Een onterecht verwijt. Ik ben hier echt boos over. Dat je door integreren ook kan bezuinigen is pas in juli 2003 voor het eerst serieus bespreekbaar geworden, toen een interim manager dat als oplossing voor de financiële problemen inbracht. Ik heb zijn ideeën daarover tot de dag van vandaag gesteund. Wel heb ik hem en het bestuur erop gewezen dat de huidige huisvesting in drie verschillende panden daarbij wel een behoorlijke belemmering is die de nodige
aandacht en oplossingen vraagt. Tot een paar maanden geleden vond iedereen dat deze fysieke belemmering een snelle integratie in de weg stond. Sinds kort wordt
daar door de financiële noodzaak dus anders over gedacht. Prima toch. Ik wil trouwens wel opmerken dat er geen
wonderen van integratie moeten worden verwacht. Er moeten in januari bijna veertig mensen uit. Dat verlies maak je echt niet goed door te integreren. Zowel de redactie zelf, als de luisteraars en kijkers, zullen rekening moeten houden
met een programmatische verschraling. Toch had ik deze klus graag op me genomen. Hoe erg het ook is, het is natuurlijk ook een grote uitdaging.

OVERSCHRIJDINGEN

Terug naar het rapport Welters en de reactie van het bestuur daarop. Ik zou overschrijdingen in mijn budget hebben
veroorzaakt in 2002 en 2003 en niet mee hebben willen werken aan noodzakelijke bezuinigingen. Ik werk nu ruim drie jaar bij Radio Rijnmond en ieder jaar moest er weer worden bezuinigd. En niet één keer, bij het opstellen van de jaarlijkse begroting, maar meestal ook nog eens tussentijds door forse tegenvallers bij de reclame. De redactieraad vervloekte me op het laatst als ik weer met nieuwe
bezuinigingsvoorstellen op de proppen kwam. Daarbij speelde mee dat er bij de radioredactie al vanaf mijn komst in 2000 vanuit het verleden een hardnekkig wantrouwen bestond richting de directeur Ben Groenendijk. Hij had zich als hoofdredacteur bij de radio erg impopulair gemaakt en was daarna door het bestuur gepromoveerd tot algemeen directeur van het gefuseerde Rijnmond. Je mag je rustig afvragen of dat een goed besluit is geweest. Zeker als het om bezuinigingen ging was het verzet van de radioredactie erg groot tegen hun voormalige hoofdredacteur. Dat verzet was er zeker niet op mijn instigatie, zoals door het bestuur gesuggereerd wordt. Dat lag echt aan de directeur zelf en
de gebrekkige manier waarop hij met het personeel communiceerde. Ben en ik lagen elkaar niet echt, maar er was zeker geen onwerkbare situatie. Ik durf rustig te
stellen dat ik alle afspraken met hem over bezuinigingen naar eer en geweten succesvol heb uitgevoerd en dat de redactieraad na het gebruikelijke rituele verzet daar uiteindelijk ook steeds constructief aan meegewerkt heeft. In 2002 schrijft Ben Groenendijk hier trouwens over in mijn functioneringsverslag: “(…..)Ten derde spreek ik uit dat je de zaken organisatorisch en financieel goed op orde hebt en dat ik je punctualiteit waardeer”. Ik zal niet ontkennen dat er
sprake is geweest van overschrijdingen. Dat was met name op de post freelancekosten. De belabberde financiële rapportages die in het rapport Welters zo nadrukkelijk worden genoemd – en waar ook het bestuur zich op beroept - waren hierbij ook voor mij de belangrijkste oorzaak. Onlangs bleek bij een analyse van de rapportages door de nieuwe financiële controller dat het freelancebudget voor 2003 onjuist was vastgesteld door het voormalig hoofd financiën. Bovendien, voor alle duidelijkheid, de totale overschrijdingen in beide jaren bedroegen niet meer dan hooguit drie procent van het hele budget waarvoor ik verantwoordelijk was! Dat budget was zo’n vier miljoen euro. Dus waar hebben we het in mijn geval eigenlijk over?

UITDAGING

Het is een publiek geheim dat er tussen mij en de nieuwe directie al sinds augustus – met medeweten van het bestuur - gesproken werd over een nieuwe functie. Ik zou met ingang van 1 januari 2004 de nieuwe hoofdredacteur worden van een geïntegreerde tv- en radioredactie. Vrijwel
alle feiten uit het rapport Welters waren toen al op hoofdlijnen bekend bij directie en bestuur. De deal was min of meer rond. Cees van der Wel zou de functie krijgen die hij inmiddels ook heeft aanvaard. We zouden alleen nog
wachten op dat rapport. Dat was wel zo netjes. Ik lees in het rapport helemaal niets dat die plotselinge ommezwaai van het bestuur rechtvaardigt. Daarom noem ik het paniekvoetbal. En er moet mij tenslotte nog iets van het hart. Ik heb met de meeste mensen bij de radio een prima verstandhouding. De maandelijkse vergaderingen met de redactieraad verlopen in een goede constructieve sfeer.
Maar een klein aantal dominant aanwezige mensen bij de televisie wil me niet hebben als hoofdredacteur. Dat heeft weinig met het heden te maken. Ik heb sinds mijn aantreden als hoofdredacteur bij de radio nauwelijks echt te maken gehad met mijn collega’s bij de tv. Maar met een aantal van hen heb ik meer dan tien jaar geleden in een vorige baan als eindredacteur bij Stads TV Rotterdam een flinke aanvaring gehad. Dat was trouwens ook bekend bij bestuur en directie toen ik hier in 2000 werd aangenomen. De verhalen uit die tijd steken de laatste weken plotseling weer de kop op. Zelf heb ik die periode allang afgesloten en verwerkt. Mij zijn toen ook onbehoorlijke streken geleverd. Waarschijnlijk zijn
deze stemmingmakers bang voor een confrontatie. Tot op zekere hoogte kan ik me dat ook wel voorstellen. Hun eigen hoofdredacteur heeft het veld moeten ruimen en nu hebben ze kennelijk liever een hoofdredacteur zonder verleden binnen de organisatie. En hoewel ik het dus kan begrijpen, heb ik er wel veel moeite mee. Het heeft weinig met kwaliteit te maken. Het is vooral opportunisme. Ik laat gelukkig een programmatisch supergezond station achter. Radio Rijnmond is op het ogenblik marktleider in een stevig concurrerende markt. In het Rijnmondgebied heb je de grootste keuze aan radiozenders van heel Nederland. Als we daar de nummer één zijn, hebben we het goed gedaan. Ik ben op en top Rotterdammer, heb zo’n achttien jaar ervaring in de Rotterdamse media, waarvan acht jaar bij Radio
Rijnmond. Ik heb aan de wieg gestaan van de voorloper van TV Rijnmond, Stads TV Rotterdam. Bij elkaar heb ik twaalf jaar TV ervaring op nieuwsredacties in Rotterdam en Hilversum. Dat wordt nu allemaal om politieke redenen en
gevoeligheden uit het verleden opzij geschoven. Dat is heel jammer voor mij, maar ook voor het station. Radio en TV Rijnmond zijn me allebei even lief. Zonder arrogant te willen zijn denk ik wel dat deze uitdaging mij op het lijf is
geschreven en dat er weinig kandidaten zullen zijn met een vergelijkbare of betere staat van dienst. Ach, ……voorlopig ga ik even afkicken en uitrusten. Op een tropisch eiland mijn vijftigste verjaardag vieren. Daarna ga ik me maar eens
op een nieuwe toekomst zonder Rijnmond concentreren. Ik kan me daar voorlopig nog niet zoveel bij voorstellen.

Abonneer RSS

Zoek

  • Google

    hele web
    deze site

Fun





  • abonnement per e-mail?

    Service van FeedBurner

  • Laurens Borst