Vandaag is bekend gemaakt dat RTV Rijnmond en
ik in goede harmonie overeenstemming hebben bereikt
over beëindiging van mijn dienstverband. RTV
Rijnmond wil voor het integratieproces een nieuwe
hoofdredacteur aantrekken die met een schone lei kan
beginnen. Omdat er na mijn
overhaaste schorsing door het inmiddels
demissionaire bestuur mogelijk nog een weg terug was
als hoofdredacteur, onthield ik me tot nu toe van
ieder commentaar. Nu een weg terug helaas
onbespreekbaar is gebleken, vind ik het tijd om naar
buiten te komen met mijn verhaal.
"RAPPORT WELTERS KOMT ALS MOSTERD NA DE MAALTIJD
Begin deze maand verschijnt het
rapport Welters over de zorgelijke financiële
situatie bij de regionale omroepen West en
Rijnmond. Met name de besturen, directies en
accountants krijgen er stevig van langs van de
onderzoeker. De paniek slaat toe bij RTV Rijnmond.
De toekomst van het station staat op het spel en de
subsidie is in gevaar. Op de dag van het verschijnen
van het rapport besluit het zelf ernstig
bekritiseerde bestuur om hoofdredacteur Cees van der
Wel van TV Rijnmond en ik, hoofdredacteur van Radio
Rijnmond, op non-actief te stellen. Na stevige
protesten en onder druk van personeel en vakbond
kondigen weer een dag later de voorzitter en de
penningmeester alsnog hun eigen vertrek aan. Ook de
andere bestuursleden moeten op last van het
provinciaal bestuur binnenkort opstappen. Ik zou
volgens het bestuur onder meer de integratie tussen
radio en tv hebben gefrustreerd. Daarnaast stelt de
onderzoeker in zijn rapport dat een groot deel van
de tekorten bij RTV Rijnmond voorkomen hadden kunnen
worden als radio en tv al eerder waren samengegaan.
Cees van der Wel heeft kort na zijn schorsing een
andere functie binnen de organisatie aanvaard. Ik
vertrek bij Rijnmond. Natuurlijk met zeer gemengde
gevoelens. Ik weet zeker dat het weer goedkomt met
RTV Rijnmond. Ik zal niet zeggen dat er geen
problemen meer zijn, maar het onderzoek van Welters
kwam
eigenlijk een beetje als mosterd na de maaltijd. De
leiding was al bijna een half jaar bezig met orde op
zaken stellen. Op twee vitale plekken in de
organisatie zitten alweer enkele maanden nieuwe
mensen. Er zijn een nieuwe directeur en financiële
controller aangesteld die voortvarend te werk gaan.
De boekhouding is weer op orde. Er zijn in het
verleden ook geen gekke dingen gebeurd bij Rijnmond.
De overname van het bijna failliete TV Rijnmond in
1999 is natuurlijk wel een flinke aanslag geweest op
de financiële reserves van Radio
Rijnmond, maar er is geen geld over de balk
gesmeten. Misschien kan je zeggen dat de
programmatische ambities te hoog waren. Daar is
jarenlang veel geld naar toegegaan. Zeker is in
ieder geval dat de hoofdredacties jarenlang
onnauwkeurige financiële rapportages kregen en ook
nog eens veel te laat. Ik heb de toenmalige directie
daar keer op keer op gewezen. Dat ligt vast in
notulen en mailtjes.
Natuurlijk moet ik me als hoofdredacteur houden aan
mijn budget, maar anderen in de organisatie moeten
me dat mogelijk maken door er voor te zorgen dat de
cijfers nauwkeurig en op tijd worden aangeleverd.
Daarom voel ik me niet echt verantwoordelijk voor de
overschrijdingen
KANT NOCH WAL
Ik heb erg veel moeite met het verwijt dat ik het
integratieproces de afgelopen jaren gestagneerd zou
hebben. Die kritiek raakt echt kant noch wal. Ruim
drie jaar geleden werd ik door een headhuntersbureau
benaderd of ik hoofdredacteur wilde worden bij Radio
Rijnmond. Ik was erg verbaasd dat er niet werd
gezocht naar een hoofdredacteur voor Radio en TV
samen. Radio en TV Rijnmond waren op dat moment
namelijk al een aantal maanden gefuseerd. De
toenmalige directeur Ben Groenendijk legde me uit
dat bij
deze fusie tussen bestuur, ondernemings- en
redactieraden was afgesproken dat er de eerste drie
jaar geen enkele vorm van journalistieke integratie
zou zijn. Dat lag te gevoelig, de cultuurverschillen
waren te groot tussen beide redacties. Ze
waren jarenlang concurrenten van elkaar geweest. Een
afspraak die trouwens nog steeds is terug te lezen
op de website van Rijnmond onder het kopje
“organisatie. Het ging zelfs nog een stapje verder.
Er was afgesproken dat er onneembare financiële
schotten zouden staan tussen de
begrotingen van radio en tv! Er mochten dus ook
helemaal geen mensen of middelen worden
overgeheveld. In juli van dat jaar ben ik begonnen
en is er, zo’n anderhalf jaar lang, noch door het
bestuur, noch door de directie over
integratie gesproken. Het was geen onderwerp van
gesprek binnen de organisatie en ik vond dat ook
niet raar gelet op de afspraken die er over waren
gemaakt voor mijn komst. Pas na zo’n anderhalf jaar
kwam het onderwerp integratie
voorzichtig op de agenda van het managementteam. De
beide redactieraden van radio en tv werd toen
gevraagd om met een gezamenlijk advies te komen. In
februari 2002 was dat rapport klaar en een maand
later werden de conclusies
volledig door het bestuur overgenomen. De
belangrijkste conclusies waren: Er kan pas sprake
zijn van een volledige integratie na een
noodzakelijk geachte verhuizing ergens tussen 2004
en 2007. Tot die tijd kan er hooguit een aanzet
tot integratie worden gegeven in de vorm van stages,
projecten en een proef met de twee sportredacties.
De tweede aanbeveling voor integratie mag
opzienbarend
worden genoemd in het licht van het onderzoek
Welters: Integratie mag nooit gebruikt worden om te
bezuinigen. De synergiewinst moet omgezet worden in
kwalitatieve verbeteringen en programma’s
KOSTENBESPARING
Welters constateert in zijn onderzoek dat
integratie tot noodzakelijke kostenbesparingen had
kunnen leiden de afgelopen jaren. Ik deel die
conclusie volledig, maar heb het bestuur van
Rijnmond er wel op gewezen dat ze in maart 2002 zelf
ingestemd heeft met de conclusies en aanbevelingen
van de redactie- en ondernemingsraden. Mij kan toch
niet verweten worden dat ik mij aan de afspraken uit
dat rapport heb gehouden. De interne stages over en
weer zijn door het personeel als heel positief
ervaren. De
sportredacties van radio en tv werken al meer dan
een jaar volledig samen. En de zojuist afgesloten
actie “Lichtjes voor Sophia”, die deze maand meer
dan een half miljoen euro voor het goede doel
opbracht, is het mooiste voorbeeld van een succesvol
project waarbij intensief is samengewerkt tussen de
redacties van radio, tv en internet. Hoezo, geen
aanzet tot integratie? Op dit punt heeft de
onderzoeker echt een steek laten vallen. En het
bestuur had ook beter moeten
weten. Een onterecht verwijt. Ik ben hier echt boos
over. Dat je door integreren ook kan bezuinigen is
pas in juli 2003 voor het eerst serieus bespreekbaar
geworden, toen een interim manager dat als oplossing
voor de financiële problemen inbracht. Ik heb zijn
ideeën daarover tot de dag van vandaag gesteund. Wel
heb ik hem en het bestuur erop gewezen dat de
huidige huisvesting in drie verschillende panden
daarbij wel een behoorlijke belemmering is die de
nodige
aandacht en oplossingen vraagt. Tot een paar maanden
geleden vond iedereen dat deze fysieke belemmering
een snelle integratie in de weg stond. Sinds kort
wordt
daar door de financiële noodzaak dus anders over
gedacht. Prima toch. Ik wil trouwens wel opmerken
dat er geen
wonderen van integratie moeten worden verwacht. Er
moeten in januari bijna veertig mensen uit. Dat
verlies maak je echt niet goed door te integreren.
Zowel de redactie zelf, als de luisteraars en
kijkers, zullen rekening moeten houden
met een programmatische verschraling. Toch had ik
deze klus graag op me genomen. Hoe erg het ook is,
het is natuurlijk ook een grote uitdaging.
OVERSCHRIJDINGEN
Terug naar het rapport Welters en de reactie van het
bestuur daarop. Ik zou overschrijdingen in mijn
budget hebben
veroorzaakt in 2002 en 2003 en niet mee hebben
willen werken aan noodzakelijke bezuinigingen. Ik
werk nu ruim drie jaar bij Radio Rijnmond en ieder
jaar moest er weer worden bezuinigd. En niet één
keer, bij het opstellen van de jaarlijkse begroting,
maar meestal ook nog eens tussentijds door forse
tegenvallers bij de reclame. De redactieraad
vervloekte me op het laatst als ik weer met nieuwe
bezuinigingsvoorstellen op de proppen kwam. Daarbij
speelde mee dat er bij de radioredactie al vanaf
mijn komst in 2000 vanuit het verleden een
hardnekkig wantrouwen bestond richting de directeur
Ben Groenendijk. Hij had zich als hoofdredacteur bij
de radio erg impopulair gemaakt en was daarna door
het bestuur gepromoveerd tot algemeen directeur van
het gefuseerde Rijnmond. Je mag je rustig afvragen
of dat een goed besluit is geweest. Zeker als het om
bezuinigingen ging was het verzet van de
radioredactie erg groot tegen hun voormalige
hoofdredacteur. Dat verzet was er zeker niet op mijn
instigatie, zoals door het bestuur gesuggereerd
wordt. Dat lag echt aan de directeur zelf en
de gebrekkige manier waarop hij met het personeel
communiceerde. Ben en ik lagen elkaar niet echt,
maar er was zeker geen onwerkbare situatie. Ik durf
rustig te
stellen dat ik alle afspraken met hem over
bezuinigingen naar eer en geweten succesvol heb
uitgevoerd en dat de redactieraad na het
gebruikelijke rituele verzet daar uiteindelijk ook
steeds constructief aan meegewerkt heeft. In 2002
schrijft Ben Groenendijk hier trouwens over in mijn
functioneringsverslag: “(…..)Ten derde spreek ik uit
dat je de zaken organisatorisch en financieel goed
op orde hebt en dat ik je punctualiteit waardeer”.
Ik zal niet ontkennen dat er
sprake is geweest van overschrijdingen. Dat was met
name op de post freelancekosten. De belabberde
financiële rapportages die in het rapport Welters zo
nadrukkelijk worden genoemd – en waar ook het
bestuur zich op beroept - waren hierbij ook voor mij
de belangrijkste oorzaak. Onlangs bleek bij een
analyse van de rapportages door de nieuwe financiële
controller dat het freelancebudget voor 2003 onjuist
was vastgesteld door het voormalig hoofd financiën.
Bovendien, voor alle duidelijkheid, de totale
overschrijdingen in beide jaren bedroegen niet meer
dan hooguit drie procent van het hele budget
waarvoor ik verantwoordelijk was! Dat budget was
zo’n vier miljoen euro. Dus waar hebben we het in
mijn geval eigenlijk over?
UITDAGING
Het is een publiek geheim dat er tussen mij en de
nieuwe directie al sinds augustus – met medeweten
van het bestuur - gesproken werd over een nieuwe
functie. Ik zou met ingang van 1 januari 2004 de
nieuwe hoofdredacteur worden van een geïntegreerde
tv- en radioredactie. Vrijwel
alle feiten uit het rapport Welters waren toen al op
hoofdlijnen bekend bij directie en bestuur. De deal
was min of meer rond. Cees van der Wel zou de
functie krijgen die hij inmiddels ook heeft
aanvaard. We zouden alleen nog
wachten op dat rapport. Dat was wel zo netjes. Ik
lees in het rapport helemaal niets dat die
plotselinge ommezwaai van het bestuur rechtvaardigt.
Daarom noem ik het paniekvoetbal. En er moet mij
tenslotte nog iets van het hart. Ik heb met de
meeste mensen bij de radio een prima
verstandhouding. De maandelijkse vergaderingen met
de redactieraad verlopen in een goede constructieve
sfeer.
Maar een klein aantal dominant aanwezige mensen bij
de televisie wil me niet hebben als hoofdredacteur.
Dat heeft weinig met het heden te maken. Ik heb
sinds mijn aantreden als hoofdredacteur bij de radio
nauwelijks echt te maken gehad met mijn collega’s
bij de tv. Maar met een aantal van hen heb ik meer
dan tien jaar geleden in een vorige baan als
eindredacteur bij Stads TV Rotterdam een flinke
aanvaring gehad. Dat was trouwens ook bekend bij
bestuur en directie toen ik hier in 2000 werd
aangenomen. De verhalen uit die tijd steken de
laatste weken plotseling weer de kop op. Zelf heb ik
die periode allang afgesloten en verwerkt. Mij zijn
toen ook onbehoorlijke streken geleverd.
Waarschijnlijk zijn
deze stemmingmakers bang voor een confrontatie. Tot
op zekere hoogte kan ik me dat ook wel voorstellen.
Hun eigen hoofdredacteur heeft het veld moeten
ruimen en nu hebben ze kennelijk liever een
hoofdredacteur zonder verleden binnen de
organisatie. En hoewel ik het dus kan begrijpen, heb
ik er wel veel moeite mee. Het heeft weinig met
kwaliteit te maken. Het is vooral opportunisme. Ik
laat gelukkig een programmatisch supergezond station
achter. Radio Rijnmond is op het ogenblik
marktleider in een stevig concurrerende markt. In
het Rijnmondgebied heb je de grootste keuze aan
radiozenders van heel Nederland. Als we daar de
nummer één zijn, hebben we het goed gedaan. Ik ben
op en top Rotterdammer, heb zo’n achttien jaar
ervaring in de Rotterdamse media, waarvan acht jaar
bij Radio
Rijnmond. Ik heb aan de wieg gestaan van de
voorloper van TV Rijnmond, Stads TV Rotterdam. Bij
elkaar heb ik twaalf jaar TV ervaring op
nieuwsredacties in Rotterdam en Hilversum. Dat wordt
nu allemaal om politieke redenen en
gevoeligheden uit het verleden opzij geschoven. Dat
is heel jammer voor mij, maar ook voor het station.
Radio en TV Rijnmond zijn me allebei even lief.
Zonder arrogant te willen zijn denk ik wel dat deze
uitdaging mij op het lijf is
geschreven en dat er weinig kandidaten zullen zijn
met een vergelijkbare of betere staat van dienst.
Ach, ……voorlopig ga ik even afkicken en uitrusten.
Op een tropisch eiland mijn vijftigste verjaardag
vieren. Daarna ga ik me maar eens
op een nieuwe toekomst zonder Rijnmond concentreren.
Ik kan me daar voorlopig nog niet zoveel bij
voorstellen.
Laatste reacties