Wanneer noem je iets een traditie? Op 26 februari 1993
maakten mijn broer en ik ’s ochtends de laatste wandeling met Stanley in het
Kralingse bos. Het was mijn hond, maar Hugo die lang boven mij woonde, zorgde
voor hem als ik er niet was. Speels als bijna iedere boxer liet Stanley
een paar uur voor zijn naderende einde zien dat zelfs op dertienjarige leeftijd
dikke boomtakken nog steeds geen partij voor hem waren. Stoere hond! De
dierenarts verwonderde zich nog over Stanley’s hoge leeftijd. Toch blies hij,
volgens plan, nog geen half uur later zijn laatste adem uit.
Afgelopen zondag wandel ik opnieuw met mijn broer en een ten
dode opgeschreven boxer. De afspraak met de dierenarts is een dag eerder gemaakt.
Ze is weliswaar geen dertien maar elf, toch nog een respectabele leeftijd voor
een boxer. Nu zijn mijn beide dochters erbij en de locatie is het Roel
Langerakpark. Ook Coco wil tijdens die laatste wandeling nog even laten zien
waarom we zoveel van haar houden. En hoewel ze alweer een hele dag niet heeft
kunnen plassen en gedrogeerd is door zware medicijnen, toont ze ons toch een
deel van haar speelrepertoire. De finale is haar gevecht met een rubberen
fietsband. De door ons aangemoedigde overmoedigheid doet haar op het laatst even
door haar poten zakken. Ze heeft zojuist haar laatste krachten aan ons getoond.
Thuis zoekt ze gelijk haar mand op, waar we haar verwennen
met brokjes en andere doorgaans verboden lekkernijen. Ze begint waarachtig na
elf jaar nog te bedelen.
Bij de dierenarts toont ze zich opnieuw een stoere hond. Ze
laat zich makkelijk prikken voor de narcose. Een paar minuten later slaapt ze
diep. Een lichte ademhaling verraadt dat ze nog leeft. De dokter adviseert om
bij de laatste prik in het hart de andere kant op te kijken. Ik kijk toch, net
als mijn dochters. Het is niet eng. Dan horen we ook de laatste zuchtjes niet
meer. De arts luistert. Ze hoort niets meer. Coco is bij Stanley, een verre
neef volgens de kennel waar we ze beiden ooit als puppies kochten.
Laatste reacties